Jelle Jolles

Hoogleraar VU

Workshop

Wat iedere leraar zou moeten weten van de executieve functies (en waarom)

De executieve functies ontwikkelen zich over de lange periode vanaf de vroege kindertijd tot ver na het twintigste jaar. De executieve functies zorgen dat we kunnen plannen en prioriteren, dat we begrijpen ‘oh, gaat de leerstof hierover?’, dat onze leerling zijn impulsen kan remmen, en dat hij niet alleen maar gericht is op wat er in het hier-en-nu gebeurt. Bijzonder belangrijk is dat de executieve functies zich niet ‘zomaar vanzelf’ ontwikkelen, ook al hangen ze sterk samen met het functioneren van netwerken in de hersenen. Nee: het is juist de gerichte input uit de omgeving (leraar, coach, ouder, mentor) die de vaardigheid van kind en tiener ontwikkelt. Daarom is gerichte sturing en inspiratie (‘training’) van de leraar nodig. In deze presentatie komen de tien belangrijkste executieve functies aan de orde. Maar ook onze lessenseries rond ‘Leer de tiener kennen’ en ‘Breinlessen’ die wij hebben ontwikkeld en hun gebruik in de schoolse praktijk.

Meer info

Bio

Jelle Jolles is Universiteitshoogleraar Neuropsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en leidt het Centrum Brein & Leren. Tevens coördineert hij het landelijke koepelprogramma LEREN dat valt onder het Nationaal Initiatief Hersenen & Cognitie (NIHC) van NWO. Hij maakt zich sterk voor de dialoog tussen wetenschappelijk onderzoek en samenleving. Daarbij gaat het om onderwijs en opvoeding en om ‘levenlang leren’ bij kinderen, tieners, volwassenen, ouderen en patiënten met een hersendysfunctie. Jolles’ doel is om onderwijs en opvoeding te laten profiteren van de inzichten die de laatste jaren zijn verkregen over de hersenen en over het cognitief en neuropsychologisch functioneren. Zijn activiteiten richten zich op ‘de menselijke ontplooiing’ en de factoren die daar bepalend voor zijn.

Downloads

Archief

Amsterdam 2017

De tiener, zijn brein en het onderwijs: over structuur, sturen en inspireren. 

De tiener is ‘werk in uitvoering’ in zijn persoonlijke groei maar ook in zijn hersenontwikkeling. Het brein is belangrijk voor het functioneren van de tiener. Maar het zijn prikkels uit de omgeving die bepalen hoe en in welke richting de tiener zich ontwikkelt. Daarin speelt de leraar een centrale rol. Hij is de motor van de talentontwikkeling. Toegepast wetenschappelijk onderzoek suggereert dat de leerling/tiener actief moet worden gestimuleerd en geïnspireerd. De leerling verwerft dankzij de leraar neuropsychologische vaardigheden die essentieel zijn voor zijn schools functioneren, leerprestaties en studiemotivatie. Het gaat om de z.g. executieve functies. Deze berusten op de functionele rijping van bepaalde netwerken in de hersenen. Maar dit proces wordt in gang gezet en onderhouden door leraar en opvoeder. In deze presentatie worden handvaten aangereikt voor de onderwijspraktijk met een nadruk op de manier waarop zelfinzicht, planningsvaardigheid en andere executieve functies kunnen worden ontwikkeld. Daarin wordt een onderscheid wordt gemaakt tussen jong-, midden- en laat-adolescenten.