Project omschrijving

Kees Vernooy

Lector Emeritus

Evenement

SESSIE

Veel leesproblemen zijn het gevolg van kwaliteitsproblemen

Internationaal leesonderzoek (Lyon 2004) laat zien, dat de meeste leesproblemen het gevolg van kwaliteitsproblemen in het leesonderwijs zijn.
Bij kwaliteitsproblemen moeten we denken aan problemen als:
1- onvoldoende aandacht voor een belangrijk leesaspect. Bijvoorbeeld de school besteedt geen aandacht aan voortgezet technisch lezen, waardoor risicolezers problemen krijgen met het lezen van meerlettergrepige woorden en met de leessnelheid, wat vervolgens tot gevolg heeft dat de woordenschatontwikkeling en het begrijpend lezen achter blijven;
2- het onvoldoende aandacht hebben voor kenmerken van effectief onderwijs. Bijvoorbeeld er wordt te weinig tijd voor het leren lezen ingeroosterd, waardoor een deel van de kinderen problemen met lezen krijgt.

In de presentatie wordt aandacht besteed aan veel voorkomende kwaliteitsproblemen, maar ook aan hoe die het beste aangepakt kunnen worden.

BIO

Dr. Kees Vernooij was lector Effectief taal- en leesonderwijs aan de hogeschool Edith Stein in Hengelo. Eerder werkte hij op verschillende scholen als leraar basisonderwijs en was hij verbonden aan het GEON-project van de Universiteit van Utrecht, de schoolbegeleidingsdienst van Tilburg, het CPS in Amersfoort en Expertis in Hengelo/Amersfoort.
Hij was wetenschappelijk projectleider van diverse leesinterventietrajecten, waarbij tevens onderzoek gedaan werd naar de effectiviteit van die trajecten. Zeer succesvol en effectief waren het BOV-project, het LISBO- en EL2-project voor het speciaal onderwijs en het Enschedese Leesverbetertraject.

ARCHIEF

Effectieve interventies voor risicolezers

Te veel leerlingen krijgen in Nederland onnodig leesproblemen en verlaten als zwakke lezer de basisschool. Deze leerlingen lopen een verhoogd risico om laaggeletterd te worden. Wetenschappelijk onderzoek laat echter zien dat vooral preventieve interventies lonen en een positief effect hebben voor de leesontwikkeling. Interventies veronderstellen dat door extra, meer intensieve ondersteuning risicolezers sneller vooruit moeten gaan dan normale lezers. Door intensieve ondersteuning en meer tijd moet als het ware hun leesontwikkeling worden versneld in de richting van de voor de groep gestelde doelen. In het bijzonder zal worden stilgestaan bij het belang van vroegtijdige interventies voor risicolezers.

Het versterken van het begrijpend lezen van leerlingen? Wat werkt en wat werkt niet volgens leesonderzoek?

Door toonaangevende leeswetenschappers wordt goed kunnen begrijpend lezen als de belangrijkste 21e -eeuwse vaardigheid gezien. In de praktijk vinden zowel leerlingen als leerkrachten begrijpend lezen een lastig niet motiverend gebied, dat bovendien oppervlakkige en afnemende resultaten laat zien. Bovendien vragen leraren zich dikwijls af: wat beïnvloedt nu het begrijpend lezen? Welke activiteiten kunnen we volgens de wetenschap ondernemen om het begrijpend lezen van leerlingen te verbeteren? Wat werkt er nu wel en wat niet? En welke rol speelt onze methode voor begrijpend lezen? Worden onze leerlingen daar betere begrijpende lezers door? In dat verband wordt er ook aandacht besteed aan de opkomst van close reading.

Tot slot: We vergeten In Nederland en Vlaanderen nogal eens, dat het begrijpend lezen eigenlijk al voor de start van het technisch lezen begonnen is. Zo laten topwetenschappers als Catherine Snow en Paul van de Broek zien, dat de woordenschat op 3 á 4-jarige leeftijd het begrijpend lezen halverwege de basisschool voorspelt.

MATERIALEN

Nederland 2019 – Download

Amsterdam 2018 – Download

Meer researchED direct naar je inbox?

Blijf op de hoogte over onder andere sprekers, workshops, ticket verkoop en nieuwe blog posts.