Door Robert Slavin

Ik bezocht kort geleden Berlijn. Tegenwoordig is het een gewone levendige, Europese hoofdstad. Ik kwam er voor het eerst in 1970, toen de stad nog verdeeld was. Zoals de meeste toeristen, ging ik door Checkpoint Charlie naar Oost-Berlijn. De twee helften waren totaal anders. West-Berlijn was prettig, veilig en mooi. In Oost-Berlijn kwam ik in een andere wereld. Een jonge onderzoeker, die opgegroeid is in West-Berlijn, vertelde mij dat zijn vader ooit werd betrapt toen hij per ongeluk een krant uit West-Berlijn meenam naar het oosten. Westerse mensen mochten het oosten wel bezoeken, maar een westerse krant kon je in de cel doen belanden.

Ik herinner me John F. Kennedy’s “Ich bin ein Berliner” speech, en Ronald Reagan’s “Mr. Gorbatjov, sloop deze muur.” Toen, op een dag, was de muur door onnavolgbare oorzaken verdwenen. Ik vind het zelfs vandaag de dag nog moeilijk te bevatten dat ik ongehinderd op Unter den Linden onder de Brandenburger Tor door kan lopen. Nog niet zo lang geleden was dit niet alleen onmogelijk, maar zelfs fataal.

De reden dat ik over de Berlijnse Muur begin, is omdat ik een gelijkenis zie met een andere muur met wellicht minder geopolitieke consequenties, maar die wel heel veel impact heeft op ons beroep: de muur tussen onderzoek en praktijk.

Het is niet mijn bedoeling om de werelden aan beide kanten van die onderzoek-praktijkmuur aan te vallen. Mensen aan beide kanten geven veel om kinderen en spannen zich enorm in om hun kennis en vaardigheden aan te wenden om de onderwijsresultaten te verbeteren. In feite is dat wat deze muur zo verdrietig maakt. Mensen aan beide kanten hebben zoveel te leren van de ander; het is jammer dat dat niet vaker gebeurt.

Nederland kent een rijke traditie op het gebied van onderwijsonderzoek, met een aantal internationaal erkende toponderzoekers. Sinds enige jaren heeft het NRO een aantal belangrijke initiatieven genomen om de uitkomsten van onderwijsonderzoek toegankelijk te maken voor het veld. Iedere beroepsbeoefenaar kan op de Kennisrotonde terecht met zijn of haar vragen. Toch wijst de onderwijsinspectie in haar laatste “Staat van het Onderwijs’ erop, dat er te vaak vernieuwd wordt zonder meetbare doelen te stellen en zonder afspraken over een evaluatie betreffende het al dan niet realiseren van die doelen. De overheid investeert in hoogwaardig onderwijsonderzoek en -ontwikkeling, met name via het NRO.

Aan de praktijkkant van de muur lijkt de overheid echter nationaal beleid te implementeren dat al dan niet een basis heeft in onderzoek, maar zeker niet gericht is op het gebruik van bewezen aanpakken. Een voorbeeld hiervan is de investering in het curriculum.nu. Een ander voorbeeld treffen we aan in de selectiecriteria voor excellente scholen waar elke verwijzing naar een onderwijskundige onderbouwing ontbreekt:

‘Een Excellente school is een school die door de Inspectie van het Onderwijs als goed gewaardeerd is en die zich onderscheidt van andere goede scholen door te excelleren met een specifiek profiel. Het gaat om scholen die in nauwe samenspraak met hun omgeving een droom of ambitie realiseren voor hun leerlingen. Hierbij kan het gaan om een inspirerend, innovatief en motiverend onderwijsaanbod of een onderscheidende aanpak voor een specifieke groep leerlingen. Het is aan de school zelf om te benoemen op welk gebied ze excellent is en aan de onafhankelijke jury om vast te stellen of het aangedragen excellentieprofiel past binnen de visie van de school, goed wordt uitgevoerd door de school en doorwerkt in de gehele organisatie. Het door de school opgestelde verhaal over het excellentieprofiel staat centraal in het beoordelingsproces.’

Het is op zijn minst bevreemdend om te zien dat de inspectie in ‘De Staat van het Onderwijs’ klaagt over het gebrek aan een onderzoeksmatige aanpak bij het invoeren van innovaties, terwijl zij anderzijds een ‘everything goes’ benadering kiest als het gaat om het brevet ‘excellente school’.

Aan de onderzoekzijde van de muur worden ontwikkelaars en onderzoekers aangemoedigd om hun bevindingen duidelijk te beschrijven. Het NRO stimuleert actief praktijkonderzoek en reikt jaarlijks prijzen uit aan samenwerkende leraren en onderzoekers.

De aanpak lijkt echter nog teveel op het smokkelen van kranten van West naar Oost. We communiceren over onderzoek, maar we onderzoeken niet samen. Een aanpak zoals we die kennen uit de Verenigde Staten en Engeland, waarbij voor leraren en schoolbestuurders inzichtelijk wordt gemaakt wat werkt, hoe sterk het bewijs is en wat de kosten zijn (zie bijvoorbeeld de websites van The Education Endowment Foundation en Evidence for ESSA) kan een eerste stap zijn. er bestaat al een Nederlands voorbeeld in de vorm van de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJI. Een volgende stap kan zijn het dat we ook in Nederland de functie van ‘Research Lead’ binnen een school scheppen. Een docent die de functie van onderzoeksleider vervult.

Ik hoorde onlangs interviews met mensen die in Berlijn waren op de dag dat de muur naar beneden kwam. Een daarvan is mij bijgebleven: West-Berlijners waren bovenop de muur geklommen en zongen en juichten toen er gaten werden geslagen. Een Oost-Duitse man ging op weg naar een gat. De soldaten richtten wat onzeker hun geweren op hem en zeiden dat hij moest stoppen. Hij stak zijn handen in de lucht. De West-Duitsers aan de muur zwegen en keken angstig toe. Een soldaat ging op zoek naar de kapitein. De kapitein kwam uit een wachthuis en liep naar de Oost-Duitse man. Hij sloeg zijn arm om zijn schouders en leidde hem persoonlijk door de opening in de muur.

Dat is leiderschap. Dat is moed. Het is wat we nodig hebben om onze muur te doorbreken: leiders op elk niveau die de wereld van onderzoek en de wereld van de onderwijspraktijk actief aanmoedigen om één te worden. Leiders die persoonlijk het voorbeeld geven, zodat het onderwijsveld ziet dat de gebruiken zijn veranderd en dat de communicatie tussen onderzoek en praktijk en het gebruik van bewezen methodes en aanpakken wordt aangemoedigd en gefaciliteerd. Leiders die niet schromen om bijgeloof aan te pakken.

Onze muur kan naar beneden komen. Het is alleen een kwestie van leiderschap en gedrevenheid om betere resultaten voor alle kinderen te realiseren.

Deze blog is een vertaling en bewerking van de BLOG van Robert Slavin. Robert Slavin is zo vriendelijk geweest om researchED België en Nederland toestemming te geven om een selectie van zijn toonaangevende BLOGS in het Nederlands te plaatsen op de researchED.eu website. Het oorspronkelijke blog is door Jan Tishauser vertaald en aan de Nederlandse situatie aangepast. Mariëtte Hingstman, PH.D. studente aan de RUG is zo vriendelijk geweest om mee te lezen en input te geven. Mariëtte heeft in de VS met Robert Slavin gewerkt.

De oorspronkelijke blog is hier te vinden:

https://robertslavinsblog.wordpress.com/2017/06/22/research-and-practice-tear-down-this-wall/

Verwijzingen:

https://www.nro.nl/kennisrotonde/

https://educationendowmentfoundation.org.uk/evidence-summaries/teaching-learning-toolkit/

https://www.evidenceforessa.org/

https://www.excellentescholen.nl/aanmelden-voor-2019

 

Image: “The Wall”by chrysics is licensed under CC BY-NC 2.0